Lê Cát Trọng Lý (wat zing je me daar van)

PaulWaarde lezer, waar ik de vorige keer klaagde (tja, wie doet dat niet) over een Aziatische oorwurm, moet ik het nu toch even enigszins goedmaken waar het muziek uit de Orient betreft. Mijn Vietnamese assistente (u wilt er allemaal wel zo eentje), stuurde mij, als afscheidscadeautje na haar praktijkperiode in onze afdeling, een linkje naar een muziekvideo van een Vietnamese singer-songwriter (haha, daar is nog geen Nederlandsche term voor, of vergis ik me nu hevig?). Het betreft een video vol zeer fraaie beelden van Kenia met als centraal element een petite Vietnamese zangeres met een petite stemgeluid die een lied zingt over iets waar wij, als niet-Vietnamees-sprekenden, alleen maar over kunnen speculeren, maar het klinkt heel spiritueel en heel schattig.

Bij nadere beschouwing (en daartoe raad ik u zeer), blijken al de liedjes van deze zangeres met-de-onuitspreekbare-naam een zeer hoog schattig-gehalte te bevatten. Ze is als een Middeleeuwse troubadour, of anders wel een folk zangeres die de podia van Winterfolk in de voetsporen van Angelo Branduardi betrad, maar met aanmerkelijk minder franje. De melodiën zijn verraderlijk eenvoudig, maar gelardeerd met (naar men mij laat weten) zeer poëtische teksten over het leven en de liefde. (Overigens verzekert mijn assistente dat de teksten van Lê Cát Trọng Lý ook voor Vietnamezen soms moeilijk te begrijpen zijn, maar dat aangezien zij zingt met haar hart, je ook moet luisteren met je hart; een reden waarom zij graag zingt voor kinderen, op al haar tours maakt ze tussenstops in weeshuizen.)

Voor mij was de eerste kennismaking met de zangeres dus de onderstaande video, die voor mij tevens een teken des tijds belichaamde. Waar in de jaren ’80 Westerse musici naar Afrika afreisden voor verrijking van hun muzikale oeuvre, zo gaan tegenwoordig Aziatische artiesten naar de bakermat der menselijkheid voor een dergelijke verrijking. De benedenstaande video is dan ook, in zijn Aziatisch-Afrikaanse cross-over, een teken des tijds.

Hoe dan ook, ik ga mijn ex-assistente (handig zulk personeel) vragen om me te helpen een CD van Lê Cát Trọng Lý te bemachtigen, of zelfs twee of drie als de nummers die ik prefereer (voor uw informatie Thương en Chênh vênh) niet op één album terug te vinden zijn. Bol.com heeft slechts één enkele CD van haar en dat is niet degene die ik blief.

 

Posted in Kunst / Muziek, Paul Nijbakker | 3 Comments

Globalisering? JEUK!

PaulWe hebben allemaal wel eens die kriebelende sensatie, dat onuitstaanbaar prikkelende gevoel, uweetwel, dát. Vaak heb je het na een hete douche of een saunabad, vaker nog op een tijd en een plekje dat je niet kan gaan staan krabben. Nou, en ik heb dat dus vaakst, maar gelukkig bestond er in Finland een betrouwbaar huismiddeltje, een traditioneel smeersel, uweetwel, uit grootmoeders tijd, dat er een eind aan maakte.

De oplettende lezer, heeft opgemerkt dat er in de laatste volzin van de bovenstaande alinea sprake is van een grammaticale tijd die even verleden is als grootmoeders… Wat is er gebeurd? Het Finse farmaceutische bedrijfje dat het smeerseltje dat hielp, uweetwel, jarenlang fabriceerde, werd overgenomen door een Japanse Farmaceutische gigant, een naamgenoot van die Samurai clan die aan het eind van de film Kagemusha zo bloederig in de pan wordt gehakt. Die scenes zal ik nu met meer voldoening bekijken, maar dat terzijde.

Zoals alle zichzelf respecterende globalisten betaamt boog het nieuwe management zich over het assortiment van het Finse bedrijfje en schrapte fluks de traditionele Finse middeltjes uit het productiepakket. Zulke middeltjes worden alleen in Finland verkocht en ze hebben geen gepatenteerde formules. De winstmarges zijn derhalve klein. Niet dus dat er geen winst wordt gemaakt op die producten, er wordt niet GENOEG winst op gemaakt, vindt de multinational die wereldwijd 30 miljard winst binnensleept. Zij zetten in op innoverende medicatie waarmee de consument een arm en een poot uitgedraaid kan worden.

En dus gaat het traditionele middeltje dat al vele generaties mensen hielp die eraan lijden, uweetwel, op dezelfde hoop waar u ook die andere met wortel en tak uitgeroeide volksremedies aantreft, zoals oma’s voetpoeder en opa’s teershampoo. Er is natuurlijk een reden dat die middeltjes generaties lang meegingen: ze werken. Deze blogger ging dan ook wanhopend alle apotheken in het Torniose langs om te zien of er nog wat van het smeerseltje dat ertegen helpt, uweetwel, in de schappen lag, maar ey lazen!

Nu is het dus hopen op een anarchistische apotheker of een zalvend kruidenvrouwtje dat besluit het middeltje zelf te gaan maken. Tot dat glorieuze moment van ointment independence is aangebroken, moet ik me maar behelpen met tijgerbalsem, ook een traditioneel smeerseltje, als en wanneer ik er last van krijg, uweetwel, dát.

Evening sky on the border

Geen smeerseltje: De (zons)Ondergang van het Avondland is voorwaar daar!

Posted in Jeremiades, Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Leave a comment

K-pop has arrived! (en pannekoeken)

Paul Jawel, het is gebeurd hoor. Het gelikte Koreaanse pop-produkt is doorgedrongen tot de uithoeken van de wereld, inclusief het kalme, koele Finland inclusief de uithoek van dat land, het landelijke stadje Tornio, tot in de bescheiden wijk Juhannussaari en uiteindelijk tot in het ultima thule van mijn tot voor kort in dit opzicht nog maagdelijke hersenpan. Met andere woorden, een K-pop wijsje heeft zich voor het eerst tussen mijn oren genesteld en is daar niet weg te branden. Het einde der tijden is nabij, voorwaar ik zeg u!

Ik weet niet waar ik dit deuntje opgepikt heb; wellicht van een ringtone in het voorbijgaan, van vlagen barmuziek tijdens een avondwandeling, of pakweg van één of andere pornosite, wie zal het zeggen. Hoe dan ook, ik had onlangs zo’n Sisyphosdroom, waarin je een taak probeert te volbrengen en het wil maar niet lukken. In mijn droom wilde ik pannekoeken bakken, maar ik had niet de juiste ingrediënten, dus het bleef maar mislukken en uiteindelijk slaagde mijn droom-ego erin om in een supermarkt te belanden. En dit was de grootste supermarkt ter wereld. Ze hadden er van ALLES! …behalve de ingrediënten die ik nodig had en ik circuleerde met groeiende verontrusting tussen de eindeloze, afgeladen schappen en laadde mijn karretje vol met exotische zaken die ik helemaal niet nodig had, inclusief blikjes walvis (want wie kan zonder, nietwaar?). En tijdens deze beproeving speelde dit aanstekelijke nummer op repeat:

WAARSCHUWING: Milde doch blijvende hersenschade valt niet uit te sluiten na het horen en zien van dit clipje!

U zal zich afvragen, hoe ben ik, die zelfs van Gangnam Style verschoond was gebleven, dit cute clubje (Momoland heten ze) op het spoor gekomen, als ik ze enkel in een droom gehoord heb? Wel, het antwoord is dat, als men wordt gekweld door een oorwurm die voortdurend “boom boom” in je oor neuriet, men, gelijk die boer in Gaasterland, weldra YouTube ter hand gaat nemen (bronzen vazen zijn tegenwoordig moeilijk aan te komen, zeg nu zelf), om de oorsprong van de aandoening op de kop te tikken. En waarachtig, de kwelgeestsong kwam meteen boven drijven!

Tot nu toe is het mogelijk gebleken om de dreunende deun tijdelijk te overstemmen met schoner geweld, zoals daar zijn het duet uit de Parelvissers uitgevoerd door Jussi Björling en Robert Merril, of het bloemenduet uit de Lakmé door Anna Ntrebko en Elina Garanca. Het arglistige van Bboom Bboom is echter dat het op onbewaakte ogenblikken weer geniepig naar binnensluipt. Om mijzelf te troosten, heb ik toen maar een dozijn pannekoeken gebakken…

Posted in Kunst / Muziek, Paul Nijbakker | 2 Comments

Ja, we zijn oud! (Hoera?)

PaulWe waren, zoals ambieerende gepensioeneerden in spé stil voor jaren, maar nu viel er iets zo schokkends voor dat we een weerwoord wel moesten ophoesten (alcoholische en late-midlife-crisis oprispingen zijnde een ijkpunt van onze betreurenswaardige generatie)

Een Amerikaans commentator had de euvele moed ONZE trotse traditie van “droppings” te bekritiseren als onverantwoord en benevens zware mishandeling van tedere kinderzielen en nog veel erger, enzomeer!

Alle leden van het drieste Triumviraat hebben in hun onbedorven jeugdjaren meegemaakt dat ze in het ijselijke aardedonker wered achtergelaten op een bosweggetje zonder zelfs maar een broodkruimelspoor naar de bewoonde wereld. Hoe wreed is het leven! De ontstentenis van peperkoekhuisjes met kannibale feminine geriatrische medemensen en de overvloed aan zand-, wandel-, fiets- en overige paden en lanen, waarlangs als door voorzienigheid een rijkdom aan stevige wandeltakken en puntige pijnappels te vinden was, behoedden ons klaarblijkelijk voor het lot van herhaalde kinderverkrachtingen en alien abductions, want nimmer werd de onderschepping van een droppingsgroep onderdeel van politieonderzoek, maar bedenk toch eens de vreselijk gruwelijke ontberingen waaraan onze ouders ons hardhartig blootstelden in deze donkere dagen! (Hm, ben best wel tevreden met deze samengestelde volzin.)

Ik herinner me met jeugdsentiment de dropping ooit opgezet vanuit Soest door onze onvolprezen zesdeklasonderwijzer Chiel Klijssen en prachtige kwekelinge Ernestien (die inmiddels ook wel gepensioneerd zal zijn). Alsook de speurtocht in mijn eerste jaar aan de RUG door de Drentsche bossen, waarin ik steevast de verkeerde richting aanwees, zodat mijn jaargenoten me wijselijk gebruikten als anti-kompas. Ach, de slordigheden die men zich damals kon veroorloven…

Mijn tienerdochter is inmiddels al 27 (bijna bejaard, zeg nu zelf) en op reis door Azië en liet mij net weten platzak te verkeren op Phuket, met buikloop. Of Paps even wil bijpassen… Tja, een heer vraagt zich toch wel even af of  een droppinkje of twee in de Laplandse wildernis, zonder smartphone, wellicht enig respect voor budgetdiscipline had geinstalleerd in betrokken jeugdigen. Wij waren financieel onafhankelijk op die leeftijd, onze ouders waren getrouwd met kinderen. Glijdt onze beschaving af naar een permanente embryonale staat? Het lijkt er wel op.

En kijk, een heel jeremieerblogje zonder, zelfs maar in een enkele zinssnede een Amerikaanse president aan te halen; best wel momple.

Posted in Anton Lustig, Cor Verhoef, Ed ter Buyl, Jeremiades, Paul Nijbakker | 2 Comments

Standplaats Tornio: Korundi

PaulHet meest noordelijk gestationeerde Triumviraatlid kon helaas geen vlucht boeken naar Rangiaotea of een dergelijk koel paradijs. Ik was gedwongen de tropische hitte te trotseren die ons uit het zuiden op het goed geïsoleerde dak is gestuurd, gemeen hoor. Normaal verblijf ik tijdens warme dagen zo lang mogelijk in mijn kantoor, want dat heeft airco, maar nu ik gedwongen ben vakantie te vieren, moest ik wel iets uitstapperigs ondernemen. Ik besloot dan maar een bezoekje te brengen aan het Korundi kunstmuseum in Rovaniemi, aangezien ik het kunstmuseum te Tornio al vele malen bezocht had.

Het museum is gevestigd in de voormalig streekbusremise; het is dus een interessant gebouw en goed geschikt als tentoonstellingsruimte (en had airco al kon die de zinderhitte maar nauwelijks de baas!). De collectie is naar mijn smaak evenwel te nieuwerwets. Ik houd niet van kunstwerken waaraan ik zou voorbijlopen op straat, omdat het op schroot lijkt, of waarbij je afhankelijk bent van de beschrijving om uit te vinden wat het in hemelsnaam voor moet stellen. Wat dat betreft is het kunstmuseum in Tornio beter, want hun eigen collectie stamt vooral van rond de eeuwwisseling.

Enfin, hier zijn een paar plaatjes die ik wel interessant vond. Helaas kan ik geen plaatje weergeven van de mooiste objecten (een houtsculptuur van een wolf en een brons van een vrouw die geknield op de grond de krant ligt te lezen), omdat ik die door tegenlicht niet goed in beeld kon krijgen:

cof

1. De vrouw rechts is een zelfportret van de kunsternaar. Ze is gespecialiseerd in lelijkheid en rolpatronen. Wat lelijkheid betreft is ze in deze schilderijen geslaagd, medunkt.

 

cof

2. Het minimale van deze tekening vind ik mooi, die veeg kleur erdoor hoef van mij niet.

 

cof

3.a Een machientje dat voortdurend patronen in het zand harkt.

cof

3.b Het lijkt mij dat je hier niet snel op uitgekeken raakt, vooral deze onder de tafel is mooi.

 

cof

4. Een potloodtekening naar oude sovjetpropagandabeelden. Van veraf lijkt het net een foto.

 

cof

5. a Twee werken van een kunstenaar die werkt met papier en textiel op een houten ondergrond.

cof

5.b Ik vond het aanduiden van personen mooi gedaan.

 

cof

6. Tja, wat het is weet ik niet, maar het zag er wel vrolijk uit.

Na het museum ben ik linea recta naar het naastgelegen busstation gewandeld en heb de eerste bus terug naar Tornio genomen alwaar het tenminste enkele graden minder heet is dan in Roi.

Posted in Kunst / Muziek, Paul Nijbakker, Standplaats Tornio | Leave a comment

Basterds

PaulDe titel van dit blog heeft niets te maken met suiker, lezer, maar is een vage verwijzing naar die, ietwat overgewaardeerde, Tarantino film waarin Nazi’s een hakenkruis in hun voorhoofd gekerfd krijgen (end spoiler). Daarbij vergeleken is een hakenkruisje op een kekke koninklijke jas natuurlijk een statement van Jan Salie.

Met dit edele gebaaer van afkeuring in gedachten kunnen we nu vermoeden waarom het Arabisch klinkers overslaat: Het scheelt nogal wanneer een triumvirater “الأهوج” in je voorhoofd kerft met een Finse puukko (Of “домой!”  ingeval het een Russische invasiesoldaat betreft; de Oekraïne is de andere kant op, spasibo very much…) in plaats van zo’n klinkkerrijk woord als “kloothommelverneuker”.

Enfin, het lage voorhoofd dat ik gaarne onderhanden zou willen nemen is dat van het zo in-en-invriendelijke staatshoofd Erdocanis. (Ben ik nog op tijd, of is het inmiddels al niet meer mogelijk bevriende staatshoofden illegaal te beledigen?) De onthullingen van H. Teeuwen hebben mij plotsklaps doen begrijpen waarom het niet botert tussen Put-it-in en Erdogansje. Poets’em was naar verluid in zijn jonge jaren immers een liefhebber van schandknaapjes; hoogstwaarschijnlijk hebben zij elkaar dus ooit in Istanboel geragd en heeft Erdogatsie nog steeds kloofjes in zijn aars om hem aan die vrijpartij te herinneren. Vandaar zijn zure tronie.

Wat te kerven oh lezer? De keuze voor een term als “Supercalifragilisticexpialidocious” valt af omdat het te neutraal is en er boven die erdowenkbrauwen niet voldoende ruimte is. Neen, dan is “Geitennokkenbeuker” toepasselijker, maar dat is dan weer te mild, en “Smerige Hulphitler” is te oubollig. Neen, recentelijk realiseerde ik mij pas wat de ideale krachtterm is om Erdogossie mee te decoreren: Tila Tequila!

Dus, Erd, (Mag ik je Erd noemen?) maak even een afspraak, dan ga ik alvast mijn puukko slijpen…

Posted in Jeremiades, Paul Nijbakker | 7 Comments

Gedistingeerde darmflora

PaulAls doorgewinterd en doorbakken reiziger had deze Triumvirater gerekend op een tegen alle eventualiteiten gewapend darmstelsel; hoe lachwekkend ende ontoereikend bleek deze hooghmoed.

Tijdens mijn bezoek onlaatst aan medetriumvirater en expat Dhr ter B. op Bali nu (ja, want Lombok is wat onstabiel, zeg nu zelf, met alle tokehs op één helft van het eiland enkel ende alleen om Europeesche ooren te pesten) en ook, ze hebben yoghurtijs in Sanur (eerlijk waar, ik was er zelf en gaf de softijsventster een riante kerstbonus uit pure opluchting over de aanwezigheid van dit onmisbare bolwerk van civilisatie in die woekerende wildernis aldaar) werd ik gloeiend getroffen door wat eerbiedwaardig bekend staat als Bali Belly!

Derhalve ende aldus werd mijn verblijf te Bali, na het op zijn minst kleurrijke Kerstavonddiner (lokale bataten zijn iets paarser dan die in Finland), vooral gekleurd ende gekenmerkt door een buikloop waarbij de moddermolenloop der aloude Alblascherwaard verbleekt.

Geholpen door een milde zonnesteek werd ik ruim 24 uur na het nuttigen van Nok Nenek (Schaaldieren à la Oma) getroffen door een buikkramp zoals weinigen der lezers meegemaakt zullen hebben en dewelke zich uitte in fonteinen van gedeeltelijk verteerde maag- ende darminhoud welke geprojecteerd werden uit het onderste spuitgat der menselijke anatomie. Ja, die Oma was niet geheel vers klaarblijkelijk (maar wel lekker, dat dan weer wel).

Voor wie zich nimmer in dezelfde situatie bevonden heeft, is het jolijt van die nacht moeilijk voor te stellen met herhaalde steeple chases naar het toilet met immer de verrassing of men het ondergewaad tijdelijk omlaag gerukt heeft alvorens de onwelriekende darmsappen in de toiletpot gemikt kunnen worden; spannend hoor.

avondgloren

Bali heeft natuurlijk meer te bieden dan buikloop!

Tijdens deze nachten van gruwelijk afzien fantaseerde ik  over de remedie, welke mijn Finse medeburgers zouden hebben gevonden voor zulk een aandoening. Ik bedoel moet een heer tolereren dat een stel opgeschoten puisterige etterbacjes mijn darmstelsel vandaliseren? Ik zeg u, driewerf nooit!

Ik stelde mij voor een bezoek aan het lokale kruidenvrouwtje, blikken uitgewisseld, deur vergrendeld, gordijn voorgeschoven, het heavy spul, hard drugs op z’n Fins: Teer die vloeibaar gehouden wordt middels een alcoholpercentage waarover geschokt gefluisterd wordt in de wandelgangen van lokale alcoholicisocieteiten (zoals de wachtruimte van het busstation)

Men neme een soeplepel van dit goedje (theelepeltjes zijn voor mietjes) en spreekt een knetterende vloek uit (heel gemakkelijk gezien de smaak van het medicijn).

Gewoonlijk gooit men er nog een kelkje Koskenkorva achteraan, maar dat is enkel om de teer in suspensie te houden, heus! En om af te sluiten neme men dan actieve kool (ook om de smaak van het verhemelte af te schuren). Dat is niet van die meesmelkmuilerige norit in doordrukstripcapsules, maar een onbehouwen brok houtskool die je zelf moet vermalen (wel goed kaahwe). En om te zorgen dat het spul zich niet eenzaam voelt op weg naar beneden, spoelen we het weg met nog een kelkje schnapps, gewoon, voor de zekerheid, en om de tanden te poetsen.

Na kennismaking met deze Finse mokerslag garandeer ik dat het bacteringtuig gillend uw sphincter uitvlucht.

Zo doen we dat in Finland met gluiperige darmbacteringlijers (niet geschikt voor minderjarigen… of mietjes). Op Bali was ik helaas gedwongen te vertrouwen op herhaalde doses immodium. Ik kwam desondanks levend, alhoewel duister prevelend, thuis te Tornio.

Posted in Ed ter Buyl, Paul Nijbakker, Reisimpressies | Leave a comment