Zweden, het gemankeerde paradijs… deel 2

PaulTja, daar stonden wij dan weer bedremmeld op het stationnetje van Storlien. Wat te doen? Goede raad was duur, zeker met de koers van de Zweedse kroon destijds. Tot overmaat van ramp was de voorraad yogo yogo ook uitgeput! Om toch aan onze zuivelverslaving tegemoet te komen hadden we uit arren moede maar een liter filmjölk aangeschaft; met onze nog ontkiemende meertaligheid meenden we dat dat wel “volle melk” moest betekenen. Het gevolg was dat we, na de eerste slok, kokhalzend de verpakking in de vuinisemmer sodejumieterden. De melk was slijmerig en zuur, getver, vast bedorven! (Pas veel later leerde ik dat filmjölk de Scandivavische versie is van yoghurt.) No milk today en de eerstvolgende trein ging pas de volgende dag, pim pam pet!

Enfin, na weer een nacht doorgebracht te hebben op het grasveldje achter station Storlien, hesen wij ons weer in de trein, met het voornemen uit te stappen op een plaats die er overleefbaar uitzag. En dat werd Duved aan de Indalsälven. Cor had met arendsblik een waterval gespot dus wij haasten ons de trein uit. Duved had een camping, maar daar haalden wij onze neus voor op. Wij waren geen verwende toeristen, wij trokken de wijde wildernis in. Even later hadden we de tent opgeslagen in de achtertuin van een Zweeds vakantiehuisje (Ja, het nadeel van de woeste wildernis is dat er weinig vlakke grasveldjes zijn en de bewoners waren toch niet thuis, enne…).

Onze eerste excursie betrof de ”waterval”. Die was een kleine twee meter hoog, maar was desondanks de grootste die wij ooit hadden gezien. Cor ging er meteen een bad in nemen, en dat duurde een hele rits-rats-click; het was geen zwembadtemperatuur. Ik hield het bij pootjebaden, mijn koudwaterresistentie had ik de zomer ervoor al bewezen in de Amblève. De volgende ochtend vertrokken wij voor een woeste wildernistocht, alhoewel we aanvankelijk langs het spoor liepen, want dat schiet zo lekker op; gelukkig kwam er slechts vier keer per dag een trein langs.

Uiteindelijk bogen we af de jungle in en over hertenpaadjes ging het verder langs het water. Beducht voor alle eventualiteiten (met wilde woeste dieren is de natuur gevuld) slopen we voort om de wolven en beren niet te verstoren. Een weldra vonden wij het eerste bewijs van wild: een enorme hoefafdruk van een eland in het slik van de rivieroever. Cor nam er een plaatje van met zijn maat 43 afdruk ernaast. Die foto toont nu een bruingrijze vlek tegen een grijsbruine achtergrond (bedankt nog,Foto Schievink). Druk discussiërend over de te volgen vluchtroute, indien wij de eland in den lijve tegen zouden komen, vervolgden wij onze weg en we kwamen uiteindelijk uit op een lieflijke kleine weide langs het murmelende water. Prachtige wilde bloemen in allerlei zeldzame kleuren werden bruut geplet toen wij onze tent overoverheen opzetten. We besloten dat we, na alle ontberingen van het woudlopen, wel een noodrantsoen verdiend hadden. Met eipoeder en rivierwater en gevriesdroogde groenten maakten we een knarsende omelet (die groenten moesten langer weken dan onze knorrende magen bereid waren te wachten) en nadat dat feestmaal gebezigd was genoten we van de hoorbare stilte en de midzomernachtszon.

De volgende ochtend waren we weer vroeg uit de veren, om de tocht der tochten voort te zetten. Wat vlot van start ging behalve dat Cor bij het ochtendtoilet bijna struikelde over een vos die geen voorrang gaf. Verder over kronkelende wildwissels ging het met een geschatte 25 kilo op de rug. Bij nader inzien was landlopen eigenlijk best wel vermoeiend en de wolven en beren waren nog steeds in geen velden of bossen te bespeuren en die bossen… er kwam maar geen eind aan. Ik bedoel, de Dotdtsche Bieschbos daar ben je in een dag wel doorheen, maar hier sukkelden wij al twee dagen voort en al die tijd geen levende ziel gezien. Wij begonnen te vermoeden dat we wel eens hopeloos verdwaald zouden kunnen zijn. We are no longer in the Kralingsche bos, zei ik tegen Cor, die zich vast op dát preciese moment realiseerde dat hij een geboren stadsmens was. Het was practisch onvermijdelijk dat onze gebleekte botten over tien jaar pas zouden worden aangetroffen…

En toen, als een donderslag bij heldere supercel, lag ie daar, de snelweg! Redding was nabij. Het bleek zelfs veel naderbij dan wij hadden vermoed, want de weg volgend stonden we diezelfde namiddag alweer achter het vertrouwde vakantiehuisje in Duved, op loopafstand van basmüsli en Marabou chocolade in de lokale Konsum supermarkt. Wij bezwoeren elkaar, na onze bijna-dood ervaring, om verder alle onverharde paden te vermijden op onze reis… (wordt wederom vervolgd)

Advertisements
This entry was posted in Paul Nijbakker, Reisimpressies, Standplaats Tornio and tagged , , . Bookmark the permalink.

6 Responses to Zweden, het gemankeerde paradijs… deel 2

  1. Pingback: Zweden, het gemankeerde paradijs… deel 1 | Het Triumvieraat

  2. Anton Lustig says:

    Benieuwd of jullie in deel 3 nog wolven en beren tegenkomen.
    Of meisjes met bloemen in het lange blonde haar.
    Wel zielig dat in deel 2 de yogo-yogo al op is.

  3. Rob Alberts says:

    Gelukkig hebben jullie het overleefd!

    Ik kijk uit naar de volgende aflevering.

    Zonnige zondaggroet,

  4. Pingback: Zweden, het gemankeerde paradijs… deel 3 | Het Triumvieraat

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s