EEN WEEK IN HET LEVEN VAN ME EIGEN…

Dinsdag, 13 november

Mijn favoriete dag. Alleen maar topklassen. Ik loop het eerste lesuur klas 1/1 binnen, de klas waar ik klassenleraar van ben en kondig aan, geheel passend in het thema van de week ‘health’, dat H1N1 terug is in Thailand. De echtgenoot van Dalvie, mijn Filippijnse collega, ligt doodziek in het Siriraj ziekenhuis. De diagnose is H1N1. Verschrikte gezichten. Ik druk de leerlingen op het hart vooral niet met kippen te spelen, duiven te voeren en veelvuldig de handen te wassen.

Ik vraag wie er een hekel heeft aan groenten. De helft van de klas steekt de hand op. Iedereen houdt van fruit, zo blijkt, en om de een of andere reden zijn bananen de meest geliefde fruitsoort onder deze leerlingen. De meeste meiden hebben een hekel aan sport. Ze haten dat gezweet om niks. Ook blijkt dat meer dan de helft minder dan 6 uur per nacht slaapt. Iedereen moet vroeg op om de files te ontwijken en gaat laat naar bed om diverse redenen, maar Facebook is de topnachtvriend(in).

Nadat we wat vocabulaire besproken hebben (to be stressed out, obese, anxiety, to cope with, workaholic, en nog een reeks woorden en begrippen), lanceer ik het nieuwe project voor deze maand. De leerlingen moeten in groepen van 5 à 6 een questionnaire samenstellen en die loslaten op twintig andere leerlingen op de school. Aan de hand van een puntensysteem moeten ze uitvinden of de leerlingen op de Nairong School er een al dan niet gezonde levensstijl op na houden. Ze moeten hun lotgenoten gaan interviewen. Het enthousiasme voor dit project is matig. Ze moeten aan het werk.

Later op de dag komt Magick, het meisje dat Anne Frank speelt in het toneelstuk dat we aan het voorbereiden zijn, op me af rennen in de gang. Ze is enigszins overstuur. Ajarn Suwanna heeft tegen haar gezegd dat ze haar gedachten niet kan ordenen en maar wat raaskalt. Magick is een uiterst slimme meid van vijftien die opgegroeid is in de Verenigde Staten en eigenlijk meer Amerikaans is dan Thai. Ze zegt precies hoe ze over dingen denkt en wanneer iemand daarbij zijn gezicht verliest zal haar dat worst zijn.

‘En?’, vraag ik, ‘heeft Suwanna gelijk?’

‘I’ve got all these thoughts and ideas running through my mind, and yes, she’s right, most of the time I don’t even know what I’m doing or who I am.’

Plotseling slaat ze haar handen voor haar ogen en begint te huilen. Ik sla enigszin onhandig mijn arm om haar heen. ‘Mr. Cor, why am I crying?’ vraagt ze snikkend.

Ik denk na en zeg: ‘Because you’re fifteen.’

Ze knijpt in mijn arm, veegt haar gezicht droog en nog voor ik mijn verhaal kan vertellen over hormonen, groeipijnen en pubertijd, rent ze weer terug naar haar klas…

Woensdag, 14 november

Woensdag is klas 1/6 dag, een klas met een verhaal. Vorig semester bleek al gauw dat bijna de helft van deze 39 hoofdjes tellende klas zelfs de meest elementaire begrippen van de oh zo nobele Engelse taal, zoals ‘yes’ en ‘no’, niet begreep. En dan heeft ome Cor, die in het Engels les geeft, een probleem. Alles wat ik zeg is voor die kinderen niets anders dan koeterwaals en je hoeft geen fenomenaal didactisch brein te bezitten om te snappen dat die kinderen in zo’n les niets leren, zich gaan zitten vervelen – er staat een vent voor de klas wat te kwaken waar ze niets van snappen – en binnen de kortste keren is het geen ‘les geven’ meer, maar ‘crowd control’, waardoor de andere helft van de klas, die wel kan meedoen, ook niets meer leert.

Mijn verzoek om de klas op te splitsen en de zwakste leerlingen door een Thaise lerares te laten onderwijzen in de finesses van de grillige Engelse taal, en de leerlingen die inmiddels al een aardig woordje Engels spreken aan mij over te laten, werd tot mijn stomme verbazing ingewilligd. Geen les (meer) krijgen van een farang ligt bij de ouders vaak nogal gevoelig en wordt gezien als een kras op de status.

Vandaag stond ik dus voor 1/6-A, bestaande uit 15 meiden, drie jongens en een aspirant lady-boy met de vergelijkende en overtreffende trap te stoeien, toen Wassana binnen kwam. Wassana is een veteraan van Nairong en werkt al op de school zo lang ze zich kan herinneren. Of ik een nieuwe leerling wilde interviewen. Nu weet ik al sinds jaar en dag, die interviews zijn er voor de show. Ze moeten de indruk wekken dat Nairong alleen het neusje van de zalm toelaat, maar geloof me, lieve lezer, iedereen is bij ons welkom, zolang er maar doekoe geschoven wordt. We zijn per slot van rekening in Thailand.

Art, zo heette de nieuwe student, bleek een hele gemotiveerde, prima Engels sprekende knul van dertien. Van harte welkom, wat mij betreft. Later belde Ning, mijn vrouw, die sinds een maand op een andere school werkt. Meeting. Laat. Geen ‘Sky Fall’ vanavond. Geeft niet. James Bond loopt niet weg. Morgen dan maar.

Donderdag 15 november

Ik zat vandaag in de lerarenkamer achter mijn bureau de krant te lezen met een mok koffie, toen de schooldirecteur binnenkwam en op Chester, mijn baas, afliep.

‘Chester, ik wil dat alle buitenlandse klassenleraren van Matthayom 1, 2 en 3 nauw betrokken gaan raken bij het boyscoutgebeuren ( ik spoog een mondvol koffie terug in mijn mok). Op zaterdagmiddag 24 november organiseren we een training en daarna zullen al deze klassenleraren volop gaan meedraaien met alle boyscout activiteiten, inclusief de scouting camps. Volgende week komen we de maten opnemen voor de uniformen.’

Ik zat helemaal verstijfd in mijn stoel na deze mededeling. ‘Volgende week komen we de maten opnemen voor de uniformen.’ Ik probeerde mezelf voor te stellen in zo’n uniform. Korte kaki broek, kaki kniekousen met kwastjes, een soort Hitler Jugend shirt met een geel sjaaltje en insignes en een wijnrode baret.

Het bloed was uit mijn gezicht weggetrokken. Over mijn lijk. Daar ben ik geen 48 jaar voor geworden, om rond te gaan lopen in zo’n potsierlijk pakje. Het hele militaristische karakter van de boyscouts staat me ontzettend tegen. Ik weet dat Rama VI die boyscout kermis in Thailand geïntroduceerd heeft, maar dat is mijn probleem niet. Daar hoeven ze mij niet mee lastig te vallen. Ik ga weigeren.

Ik ben niet bepaald modebewust, maar dit gaat te ver….

Lichtelijk in paniek bel ik Ning, mijn vrouw, op. Toen ze nog bij mij op school werkte, was Ning ook ‘Boyscout teacher’. Ik plaagde haar altijd wanneer ze in dat uniform naar school moest. ‘Jezus Ning, that outfit really turns me on.’

Gelukkig was Ning doodkalm en had meteen de beste oplossing paraat. ‘Ga gewoon niet naar die training, praat er niet over. Negeer het en wanneer ze iets zeggen, zeg dan gewoon dat het tegen de Nederlandse cultuur indruist.’

‘Zal ik zeggen dat het van mijn religie niet mag, boyscout zijn?’, opperde ik.

‘Welke religie?’, vroeg ze.

‘ Weet ik veel, ik bedenk wel wat. Spaghetti-isme?’

Ning schoot in de lach. ‘Nee, negeer het gewoon, je doet gewoon niet mee, omdat het tegen je cultuur indruist. Je weet hoe gevoelig Thai zijn wat betreft cultuurbehoud.’

Priceless, that woman.

Vrijdag 16 november

Ik moet mijn hele Anne Frank plan omgooien. Of liever gezegd, weggooien. Het schoolbestuur heeft besloten dat de leerlingen voor het tweede semester van club kunnen veranderen. Waarschijnlijk hebben ze dat gisteren besloten. Een van mijn grootste frustraties van het werken in het Thaise onderwijs, is dat alles ad hoc gebeurt. Er is nooit een lange termijnplanning, er is geen visie, geen doel. Twee-en-halve maand gerepeteerd voor Jan Lul. Zes leerlingen van de Drama Club zijn uitgeweken naar een andere club.

We hebben nu zeven kersverse nieuwe clubleden naast de 6 die-hards die gebleven zijn. Maar ons toneelstuk ‘The Diary of Anne Frank’ is een wiegedood gestorven. Nu heb elk nadeel z’n voordeel. Ik ben me de afgelopen maanden gaan afvragen of dit toneelstuk misschien niet te hoog gegrepen was en alleen maar tot zijn recht kan komen met behulp van wat oudere leerlingen (de Drama Club leden zijn gemiddeld vijftien).

Ik koos het stuk na de heibel over de Sacred Heart School in Chiang Mai, waar leerlingen in Nazi uniformen rond paradeerden tijdens de Sportdag. Drama als een instrument om een beetje historisch besef bij te brengen. We hebben video’s bekeken van de bevrijding van Dachau ( een leerling rende kokhalzend naar de wc) en ze hebben allemaal Anne’s dagboek gelezen. Ik denk nu dat het stuk te zwaar voor ze was. Ik heb het verkeerd ingeschat. Mijn fout. We gaan nu lekker Monty Python sketches doen. Dat is het plan althans.

Zaterdag 17 november

Ning en ik zitten er hard over te denken om een hulp in de huishouding te nemen. We werken allebei en in het weekend werken we ook. In de huishouding wel te verstaan. Was draaien, ophangen, schoonmaken, vloeren moppen, vuiniszakken naar beneden sjouwen. Hoogst onaangenaam allemaal. Laat ze maar komen hoor, die dame, voor drie keer in de week of zo. Gaan we haar lekker tien keer het minimumloon betalen. Een beetje de gangbare marktprijs verzieken. Gna, gna.

Zondag 18 november

Ik zit in de slaapkamer te werken aan het lesplan voor mijn Nederlandse les – ik geef Nederlands aan drie leerlingen die volgend jaar in Nederland een jaar gaan studeren – wanneer er een ijselijke gil klinkt in de woonkamer, gevolgd door wat lijkt op blote voeten die op en neer springen op plavuizen. ‘He’s through to the next round!!’, jubelt Ning. ‘He’ is Max Jenmana, die in een heel ver verleden bij Ning en mij in de klas zat en nu als een meteoriet omhoog schiet in ‘The Voice’, een talentenjacht op tv die Ning met een haast religieus fanatisme volgt. Dik verdiend, denk ik. Max heeft een prachtige stem en 5 jaar keihard gewerkt. Die jongen komt er wel…

Maandag 19 november

Elke maandag heb ik de hele dag twee Thaise universiteits studenten van de Lerarenopleiding in mijn kielzog om mijn lessen te observeren. Ze maken driftig aantekeningen. Ze zijn hier tien weken. Tien weken observeren. Zelf ben ik een groot voorstander van ‘leren door doen’.

‘When do you think you’ll graduate?’, was mijn vraag aan Kaew, de lieve dames student, op de eerste dag dat ze met me meeliep. Ze lachtte een beugel bloot en zei: ‘Yes.’

Kaew verstaat nauwelijk Engels, laat staan dat ze het spreekt. Wat ze wel begreep, en wat een horrorscenario voor haar moet zijn, was dat ze zag en hoorde dat mijn leerlingen van dertien mijn Engelse getetter gewoon allemaal snappen en dat er antwoorden komen en grapjes terug afgevuurd worden. Het arme kind moet over twee jaar aan de slag in klassen met leerlingen die het Engels veel beter beheersen dan zij.

Haar collega student, een uiterst timide jongen, verschool zich de hele dag achter mijn bureau. Hij had geen flauw idee waar ik mee bezig was. Toch maakte hij driftig aantekeningen. God mag weten waarover…

De Nederlandse les die ik sinds drie weken elke maandag geef, geeft me altijd een heerlijk gevoel. Hoewel het Nederlands geven van mij het uiterste vergt (het is een ongelofelijk moeilijke taal), maken Mek, Anfield en Tangkwa enorme progressie. Over een paar weken ga ik stoppen met Engels praten en geef ik alleen nog maar les in het Nederlands. Dat zal ze leren…

Zie ook: Het mooiste beroep van de wereld

Advertisements
This entry was posted in BKK Calling, Cor Verhoef and tagged , , , . Bookmark the permalink.

8 Responses to EEN WEEK IN HET LEVEN VAN ME EIGEN…

  1. Glaswerk says:

    Met dank voor uw ontboezemingen; deze maken het alledaagse leven van een Nederlander weer heel wat dragelijker ;- )

  2. Ik probeer me het allemaal voor te stellen bij 35 graden in de schaduw, maar het wil maar niet lukken. Voor het boyscout gebeuren kan je altijd Dhr TerBuyl nog engageren (tegen een lichtelijk bovenmodaal consultantenhonorarium natuurlijk), die is specialist in schalkse ontgroeningen en dergelijke kwinkslagen in het gezicht die de scouting tot zo’n onvergetelijke ervaring maken.

  3. cor verhoef says:

    @Glaswerk,

    Mission accomplished zeggen we dan…

    @Paul, het lesgeven gebeurt allemaal in de airco en wanneer ik geen les geef zit ik in mijn geriefelijke stoel achter mijn bureau in de lerarenkamer bij een aangename temp. van 25 graden.
    Mijn weigering om aan die scouting onzin mee te doen is geaccepteerd toen ik uitlegde dat het tegen alles indruist waar ik voor sta: non-conformisme, pluriformiteit, anti-militairisme, anti-autoriteit en een algehele afkeer van hopmannen en akela’s.

    • 25 graden is een eens in de twee-jaar unicum in mijn regio, een hittegolf waar mensen noch lang hoofdschuddend over napraten.
      Goed voor je oude stramme leden dat je aan dat hele Hamster Jovial gebeuren bent ontkomen.

  4. Pingback: De Zak (letterlijk) | Het Triumvieraat

  5. Anton Lustig says:

    Mooie week geweest! En een goed voorbeeld. We zouden allemaal eens een week in ons leven kunnen beschrijven.
    Ning had gelijk: gewoon zwijgen over dat scout-gebeuren. Hopelijk heeft het gewerkt.
    Hoe is het nou afgelopen met dat toneelstuk?

  6. cor verhoef says:

    Anton, de reactie van Ning was typisch Thais: ga geen confrontatie aan, negeer het, doe alsof die training niet bestaat en blijf lachen. En verdomd, het werkt. Ik heb later nog wel aan Chester uitgelegd dat dat hele scouting gedoe mij dusdanig tegen de borst stuit, die maffe pakjes, dat domme gedril, dat idiote idee dat vuur maken zonder lucifers in een stad waar je op elke straathoek een wegwerpaansteker kunt kopen, als een hoog ideaal beschouwd wordt, dat ik met ontslag zou zijn gegaan wanneer het me opgedrongen zou zijn. No fucking way, Cor als hopman.

  7. cor verhoef says:

    Oh dat toneelstuk. We zijn nu inmiddels begonnen aan Monty Python sketches. Is allemaal wat lichter. Deze doen we bijvoorbeeld:

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s