Ik lees een Boek

PaulDe titel van dit blog mag voor de gemiddelde bloglezer als weinig dramatisch overkomen en zeker voor degenen die mij kennen van vroeger is deze aanhef nogal weinig verrassend. In mijn jeugd las ik alles wat los en vast zat aan de lopende band. Ik was lid van geen enkele club, maar wel van de onvolprezen openbare bibliotheek van Papendrecht.

Tegen de tijd dat ik twaalf was had ik alles gelezen in de jeugdafdeling wat me interesseerde (alles met dieren, sprookjes, avonturen of geschiedenis; alles met Paulus de Boskabouter, Kapitein Rob of Erik de Noorman). Titels die ik me nog herinner uit die tijd zijn Ka de Baviaan, Paulus en de Eikelmannetjes, De Menseneter van Tjarinti en De Adelaar van het Negende, van respectievelijk Weetiknietmeer, Jean Dulieu, Tim Maran en Rosemary Sutcliff. Tim Maran was één van onze favoriete auteurs. Ik herinner me dat Cor weg was van een ander boek van hem, De McKee’s en de naamloze vallei, over pioniers in het wilde westen. Helaas had de bibliotheek maar drie boeken van zijn hand. Het derde ging over een mensenetende haai. Ed las damals alle strips van Buck Danny en voor Anton bestond er maar één verhaal in die tijd: In de ban van de Ring.

Enfin ik dwaal af. Op twaalfjarige leeftijd was ik dus verzadigd en popelde om te worden toegelaten tot de volwassenenafdeling, want daar kon je over dingen lezen waarvan wij, in de zesde klas van de lagere school, ondanks onze nieuwsgierigheid, slechts een vage voorstelling hadden, voor zover alle referenties aan zulks niet met balpen waren doorgekrast door de zwartekousenmaffia die van hun god kennelijk de opdracht had gekregen jihad te voeren tegen alles wat hun onwelgevallig was. Op zondagen kon je ze over straat zien gaan: de mannen in muffe hoeden, de vrouwen met rokken, kniekousen en platte schoenen met gespjes. Voor mijn geestesoog zag ik de mannenbroeders ‘s avonds om de tafel zittend met hun sigaren en balpennen om gebedenprevelend god’s werk te doen.

Omslag van Strindbergs StjärnaEnfin, ik dwaal af, ik wilde maar zeggen dat ik vroeger veel las. Tegenwoordig is dat anders; als ik na de lange werkdag uitgeput thuiskom, prefereer ik gewoonlijk een DVD boven een boek. Voorgeprepareerde bewegende beelden zijn eenvoudiger te consumeren dan de voorstellingen die men zelf in gedachten projecteren moet. Maar nu profiteer ik dus van het lange paasweekeinde om een boek te lezen dat ik in Zweden in de ramsj op de kop getikt heb. Het gaat om de mysterieroman “Strindberg’s Stjärna” van Jan Wallentin. Wallentin is een Zweedse journalist, die in de voetsporen van illustere voorgangers als Jan Guillou (bekend van de Carl Hamilton spionageromans en de historische romans over de tempelridder Arn), romanschrijver wil worden, maar daar houdt de vergelijking ook meteen op.

Wallentin heeft geen roman geproduceerd maar een concept, wat tekenend is voor de moderne tijd. In navolging van de Hollywood studio’s weten uitgevers tegenwoordig dat het financieel gunstiger is om enkele bestsellers uit te geven in plaats van een breed palet boeken met kleinere winstmarges. Het boek van Wallentin werd vóór de publicatie enorm gehyped in de pers, zodanig dat het al naar 16 landen verkocht was nog voordat het in Zweden gepubliceerd werd. Maar waar praten we helemaal over?

Als uitgangspunt heeft Wallentin de fatale Poolexpeditie van Ingenjör Andrée gekozen, welke briljant is beschreven in de documentaire roman Ingenjör Andrées Luftfärd van Per Olof Sundman, die op zijn beurt briljant werd verfilmd door de Zweedse regisseur Jan Troëll, die overigens ook de Emigranten romans van Vilhelm Moberg verfilmde, en dat waren boeken over pioniers in Amerika die Cor enorm aanspraken, ik zeg maar. Enfin, ik dwaal af. Het uitgangspunt van Wallentin is dus in elk geval voor Scandinavische lezers zeer aansprekend, maar zijn boek is in feite één van de vele formularistische mysterie- en samenzweringsromans die het licht gezien hebben in het kielzog van Dan Brown’s De Da Vinci Code.

Het succes van Dan Brown beruste op onderzoek gedaan door bonafide historici in het alternatieve geschiedenisboek “The Holy Blood and the Holy Grail” waarvan Brown de strekking, laten we zeggen, geleend‘ heeft. Het wijkt nergens af van historische feiten maar vult de interpretaties van die feiten en de lacunes ertussen in met fictie. Ik las The Da Vinci Code in het vliegtuig van Stockholm naar Parijs (een werkbezoek, niks geen frivole vakantie). Het was onderhoudende reislectuur, niet meer, maar ook niet minder.

Het boek van Wallentin, een bestseller voordat het werd uitgegeven, komt daarbij niet in de buurt, laten we wel wezen. Het is een hogelijk geconstrueerd plot met teveel toevalligheden dat bovennatuurlijke krachten nodig heeft om te kloppen maar dat, zelfs afgezien daarvan, vol onlogische grepen zit. Wallentin gooit de historische expeditie van Andrée (waaraan Nils Strindberg deelnam, vandaar de titel) op één hoop met joodse concentratiekamptrauma’s, homoseksuele liefde tijdens de eerste wereldoorlog, Baudelaire, heidense vikingmythologie, psychofarmaca, nazi-ideologie en een geheimzinnige organisatie (we kunnen niet zonder een geheim genootschap nietwaar) met wereldoverheersing op de agenda. Ik heb het boek nog niet uit maar ik heb zo’n donkergrauw vermoeden dat de kattelieke kerk ook nog ten tonele zal worden gevoerd. Al met al een draak van een roman waarmee ook nog eens menige taalkundig kreupele constructie in omloop gebracht is (in het Zweeds in ieder geval, wellicht dat de vertalingen tenminste grammaticaal beter in elkaar steken). En met een beetje pech, wordt dit misbaksel straks nog verfilmd ook.

Mocht u, oh lezer, ondanks deze waarschuwing toch de behoefte gevoelen om dit boekske (470 pagina’s in Zweedse hardcover) tot u te nemen, wacht dan tot de paperback of tot het in de bieb ligt want uw goede geld is beter verspild aan, zeg maar, een fles Chateauneuf du Pape, of de 18-jarige MacAllan.
Ik zeg maar…

Advertisements
This entry was posted in Boekbeschrijving, Paul Nijbakker and tagged , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

14 Responses to Ik lees een Boek

  1. Hanneke Lustig says:

    Weer een onderhoudend en interessant schrijfsel, net als je vorige. Leuk om te lezen! Mocht ik al tijd hebben voor een boek, dan ben ik gewaarschuwd 🙂

    Ik heb al gemerkt dat je geheugen heel goed is. Dat je ook nog de hele jeugdafdeling van de Papendrechtse bieb tot je hebt genomen, maakt jou de aangewezen persoon om te vragen naar een titel/auteur van een boek uit die tijd. Anton heeft het betreffende boek ook gelezen (even tussen Tolkien door) en weet alleen dat er een ei van een Pterodactylus (?) in voorkwam. Het was een grappig en spannend boek over kinderen die dat ei hadden gevonden. Het ei kwam aan het eind van het verhaal natuurlijk ook uit… (in een vuurtoren?) Het boek is nooit in herdruk verschenen, zoals bijv. Het malle ding van Bobbistiek, maar het was tijdens de basisschool een heel leuk boek. Ben benieuwd of het een bel doet rinkelen.

  2. Hoi Hanneke,
    Ik kan me geen boek met een pterodactyl-ei herinneren op dit moment, maar zo zijn er nog veel meer boeken. Er was een sprookjesboek dat ik zeer indrukwekkend vond met practige platen over een jongetje dat ‘s nacht uit zijn bed werd opgehaald door “windkuikens” (kuikens die uit windeieren waren gekomen), maar titel noch schrijver staan me bij. Anderzijds zijn er talloze geweldig goede boeken die ik niet genoemd heb, Tonke Dragt met “Huizenhoog en Mijlenbreed”, bijvoorbeeld.

    • Hanneke Lustig says:

      Hoi Paul,
      Dan heeft dat ei-boek vast niet in de Papendrechtse bieb gestaan.
      Ik heb even gezocht naar die windkuikens… Kan het dit boek zijn? H.J. van Nijatten-Doffegnies – Duco’s gevleugelde dromen.
      O ja! Torenhoog en Mijlenbreed is een prachtig boek.

  3. Hoi Hanneke,
    Geweldig, bedankt! Ik heb nochtthans menigmaaal naar dit specifieke kinderboek gezocht. Geen wonder dat ik me de auteur niet herinnerde met die naam. (Dit toetsenbord is hopeloos; ik moet elk tweede woord corrigeren.)
    Ik herinner me aangaande pterodactyl enkel een film met een rapper in de hoofdrol. Ik denk dat bepaalde herinneringen eerdere ervaringen kunnen verdringen. Niet dat die film een meesterwerk was, verre van dat. Het Malle Ding van Bobbystiek (de auteur, echtgenote van een Papendrechtse huisarts, wilde het eigenlijk het Ei van Bobbystiek noemen) was een heel modern jeugdboek dat ik me nog goed herinner. Het jeugdboek dat me het meest bijstaat is echter “De Modderjongens” van Dick Dreux. Dat boek heeft me echt leren lezen, maar ik heb dat ook nooit in de bieb gezien.

    • Hanneke Lustig says:

      Hoi Paul,
      Over prehistorische monsters is ongetwijfeld veel geschreven en gefilmd, maar niet allemaal even smaakvol 😉
      Dat is waar ook: Leonie Kooiker woonde in Papendrecht. (Zo zie je maar!)
      De Modderjongens ken ik niet, maar het zal ongetwijfeld boeiend zijn. Ik zal eens kijken of het hier in de bieb te krijgen is; misschien wel geschikt leesvoer voor mijn kinderen.

  4. Kees Waterlander says:

    Hoi Paul,

    Hmmmm een 18-jarige MacAllen daar is wat voor te zeggen. Nog beter een 18-jarige MacAllen en een goed boek.
    Je kunt ook wat dunners kiezen ;-), ik ben nu bezig in “Zipper en zijn vader” van Joseph Roth met 156 pagina’s beter behapbaar.
    Of je kunt een voorbeeld nemen aan Tineke, die leest op dit moment één boek per week, maar heeft het wel minder druk dan jij het hebt.

    Kees

  5. Het was een hype, zulke boeken. Is nu weer voorbij

  6. @Kees,
    Het is een een luxeprobleem, vrije tijd te hebben om te kunnen besteden aan films, boeken of eten (of huishoudelijk werk, maar dat is dan, de naam zegt het al, toch weer werk).

    @Paco,
    De vampierhype is ook over zijn hoogtepunt heen, maar er zal wel weer een volgende komen.

  7. Anton Lustig says:

    Wat een leesbeest ben jij, Paul. Maar het valt toch van je tegen dat je dat boek niet kent. Helpt het als ik zeg dat die Pterodactylus ook wel Pteranodon genoemd wordt? Wat een beesten waren dat. Voor mij was dat misschien wel het jeugdboek dat het meeste indruk gemaakt heeft. Eén bepaalde ‘scène’ daaruit staat me nog altijd bij (hoewel dit ver voor Tolkien was) en dat is waarin een van de hoofdpersonen ‘s avonds laat de schreeuw van dat beest hoort, hoog vanuit de geheel donkere lucht. Het gekke is dus dat je als lezertje, in plaats van het eng te vinden, juist geheel in de opwinding of ongerustheid van die hoofdpersoon mee kunt gaan en dit geeft aan dat het boek knap geschreven moet zijn geweest.

    • @Anton,
      Ik was vroeger dol op alles wat me dinosaurussen te maken had, en eigenlijk nog steeds (https://hettriumviraat.wordpress.com/2010/02/19/over-mijn-monsters/), dus als ik dat boek bij de bieb gezien had, zou ik het met zekerheid hebben gelezen. Bij je beschrijving moet ik enkel denken aan een scene uit de eerste verfilming van “The Lost World” van A. Conan Doyle waarin een pterosaurus van Londen naar huis probeert te vliegen. (Die film is trouwens gratis op het Internet te verkijgen; hij is rechtenvrij)

  8. Rob Alberts says:

    Ik ben nog van het papieren tijdperk, maar ook nog van de erg dikke boeken.
    Nu is het vooral digitaal wat er gelezen en geschreven wordt, maar ook veel korter en met meer symbolen.
    Onze taal veranderd, maar ook ons schrijven en lezen.
    Ik ben benieuwd waar dat naar toe gaat.
    Vriendelijke groet

    • @Rob,
      Ik ben als taalleraar helemaal niet blij met die veranderende schrijfstijl, maar anderzijds ga ik ook mee in de beweging weg van boeken (vooral omdat ik doorgaans de rust niet kan vinden om een boek ter hand te nemen). Zoals beschreven kijk ik dan film, of, en dat is ook een interessante ontwikkeling, ik luister naar een ingesproken boek. Op de site van librivox (http://librivox.org/) zijn al talloze boeken ingesproken te verkrijgen, gratis (het zijn allemaal boeken warvan de rechten al zijn verlopen).

  9. Ik heb het boek overigens uit en mijn vermoeden aangaande de kattelieke kerk was onjuist, het betrof een TWEEDE geheim genootschap (you can never have too much of a good thing, moet de schrijver gedacht hebben) en er komt ook nog een engel in voor, maar desondanks durft de schrijver aan het eind van het verhaal een voetnoot te plaatsen dat “op de weinige (sic!) plaatsen waar dit boek niet strookt met de realiteit, moet de realiteit zich maar aanpassen”.

    De puzzelstukjes die Dan Brown’s boek tot het einde interessant maakten, spelen in Wallentins broddelwerk geen rol. Men vraagt zich af waarom de hoofdpersoon überhaupt een professor in symboliek moest zijn als zijn kennis helemaal niet gebruikt wordt in het verhaal. Het verhaal is afgeraffeld en valt op het einde plat op zijn reet. Jammer van mijn Kronen.

  10. Pingback: Reality en de Historische Werkelijkheid | Het Triumvieraat

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s