De Baboe van mijn Vader

PaulHet speelse baboeblog van medeblogger ter Buyl deed mij terugdenken aan de summiere beschrijvingen van de jeugd van mijn vader in het Nederlandsch Indië van weleer.

Zomaar een baboe, genaamd Minah, op een foto uit de collectie van het TropenmuseumMijn vader placht te pochen dat hij in zijn jeugd jarenlang met een blote baboe in bad ging (toch wel zeker tot hij drie jaar oud was!). Op wat meer serieuze momenten zei hij dat de baboe meer een moeder voor hem was geweest dan zijn eigen moeder. Ik vraag me soms af wie die vrouw was en wat er van haar geworden is. Mijn vader werd van haar gescheiden toen hij op vijfjarige leeftijd naar de planterskostschool in Berastagi werd gestuurd, maar hij dacht zijn leven lang met genegenheid aan haar terug.

Mijn vader werd geboren in het oord Pangkalan Berandan op Noord Sumatera. Grootvader was boormeester bij de Bataafse Petroleum Maatschappij en zoals de status van een koloniaal vereiste woonde de familie in een grote villa met meerdere bedienden.

Mijn grootmoeder leefde als een godin in Gallië. Ze was niet erg actief in de huishouding, want zij was nogal, laten we zeggen, substantieel door al het lekkere eten dat de koki voor haar bereidde. Schoonmaken deed de baboe voor haar, de tuin werd op orde gehouden door de toekang kebon en ook naar haar kinderen had zij weinig omkijken, want die werden door een andere baboe verzorgd tot ze oud genoeg werden geacht om naar de kostschool gestuurd te worden.

Koloniale kinderporno! Ot en Sien zijn practisch bloot; het is heel erg!Hoeveel Nederlanders zijn er niet ooit grootgebracht door de mensen waar ze later over werden geacht te heersen? Eenmaal grootgegroeid dienden de belanda’s afstand te bewaren tot de kampongbewoners die hen gewiegd hadden. Never the twain shall meet, was het motto en dat probeerde men de kindertjes al op jonge leeftijd bij te brengen. In de tijd van Ot en Sien in Nederlandsch Oost-Indië, werd de blanke kindertjes geleerd dat het héél erg is om zelfs maar je overkleding uit te trekken in de hitte. Oei oei, wat een aanstoot, als het blanke herrenvolk hetzelfde zou blijken als de bruintjes die halfnaakt door de moessonregens doerakken. (Nu zijn de Indonesiërs zelf bezig door te slaan naar die bekrompen houding jegens blootheid die ze in hun voormalige heersers zo belachelijk vonden. Het kan verkeren.)

Mijn vader heeft zijn baboe nooit teruggezien, althans niet in dit leven. Wellicht was ze voor een dubbeltje per dag bij een andere familie in dienst genomen, of misschien was ze naar de kampong teruggekeerd om haar eigen kinderen te verzorgen. Waar ze ook mag zijn, ze is een naamloos, maar niet vergeten, stukje van mijn familiegeschiedenis.

Advertisements
This entry was posted in Paul Nijbakker and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s