De Teloorgang van de Tomte

PaulGaladriel schreef in een reactie dat Lennart Helje kabouters afbeeldde zoals kabouters bedoeld waren, maar hoe waren kabouters eigenlijk bedoeld? “Tomte” is het Scandinavische woord voor wat we in het Nederlands kabouter zouden noemen. Het is een afkorting van tomtegubbe (Zweeds) of tomtenisse (Noors en Deens). De Finse versie is tonttu. Tomte komt van het woord “tomt” wat kavel, perceel of erf betekend en een tomtegubbe is dan ook een term voor een bovennatuurlijk wezen dat is gebonden aan een bepaald huis en het terrein eromheen, een huisgeest met andere woorden. Onderzoekers zijn het er niet over eens of het geloof in de tomte nu een overblijfsel is van het heidense Asengeloof der vikingen of dat het zijn wortels heeft in een nog oudere voorouderverering, zoals die in moderne tijden nog beleden werd door de oerbevolking van Scandinavië, de Samen.

De tomte heeft een band met de dieren, zoals in deze afbeelding van Lennart Helje.

De tomte heeft een band met de dieren, zoals in deze afbeelding van Lennart Helje.

De tomte is een fenomeen van een sedentaire agrarische cultuur, een schutgeest die als een soort huisgod een boerderij en zijn bewoners beschermde tegen ongeluk. Een tomte moest gunstig gestemd worden, in de eerste plaats door het goed onderhouden van de boerderij en het verzorgen van de dieren en in de tweede plaats door kleine offerandes van voedsel. Gebeurde dat niet naar tevredenheid, dan kon de tomte het huis verlaten en het geluk met zich meenemen. Soms werd als verklaring voor ongelukken op een goedgerunde boerderij gegeven dat de tomte was meeverhuisd met een bepaald lid van de huishouding (meestal een melkmeid), of met één van de dieren als die verkocht werden (meestal een paard of koe). De getroffen familie stelde dan vaak alles in het werk om die persoon of het desbetreffende dier weer terug te krijgen op de oude stee. Als het reilen en zeilen daarna verbeterede (na regen komt meestal zonneschijn), werd dat toegeschreven aan het feit dat de tomte teruggekeerd was. Als er toch nog meer ellende volgde, betekende dat dat de tomte om een andere reden vergramd was.

Het geloof in de tomte werd in Scandinavië paradoxaal genoeg versterkt door de kerk. Tot in het begin van de twintigste eeuw vermeldde de Lutherse catechismus in Scandinavië de tomte als één van de wezens van de duivel waarin men niet mocht geloven (en als iets nadrukkelijk in de kerkboeken staat dan moet het wel echt zijn, nietwaar?). En de tomte had zijn rol rustig kunnen uitspelen in de afgelegen boerderijtjes van de Noordse bossen, ware het niet dat ie de pech had uitverkoren te worden tot symbool van kerstmis in Noord-Europa.

Zoals bekend mag worden verondersteld bij de lezers van het VK-blog, is kerstmis een gekerstende versie van oudere heidense festiviteiten rond de winterzonnewende. De terugkeer van het licht was en is voor de Noorderlingen erg belangrijk. In Zweden hebben ze zelfs twee lichtfeesten (Lucia en Kerst). Het was een korte tijd van overvloed waarin men krachten opdeed voor de lange periode van ontbering die voor de meesten volgde tot aan de lente. De oogst was binnen, het varken geslacht, de worsten gevuld, van alles en nog wat was gedroogd, ingemaakt of ingezouten en tijdens de kerst mocht men één keer smullen. De dieren, voor zover ze niet in de pot beland waren, werden verwend en voor de vogels hing men een kerstschoof buiten (een met rode linten samengebonden bos ongedorst graan). Ook de tomte werd niet vergeten, die kreeg traditioneel een bord pap of brei met boter. Op deze wijze was de tomte verbonden met het kerstfeest.

De tomte van Jenny Nyström (hier nog met bok) is vandaag de dag nog populair.

De tomte van Jenny Nyström (hier nog met bok) is vandaag de dag nog populair.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ten tijde van de nationaal-romantiek zocht de gegoede burgerij in de Westerse landen uiting en vorm te geven aan de welvarendheid die hun rijkdom hen verschafte. Het was de tijd waarin zaken als postzegels, ansichtkaarten enzomeer hun intrede deden. De kerstgroet was al snel geboren en voor deze kaartjes behoefde men kerstsymbolen. Er was de kerstboom, maar die was Duits. Er was Father Christmas, maar die was Angelsaksisch. De brenger van de kerstkadootjes (en de roe), was in Scandinavië de kerstbok, een overduidelijk heidense (en dus duivelse) figuur (Zo, nu weten jullie waarom ze bij Ikea vandaag de dag nog bokken van met rode linten gebonden stro verkopen!). In andere landen had men dergelijke duivelsfiguren, zoals Krampus, de kerstbok van Oostenrijk, knecht Ruprecht in Duitsland en zwarte Piet in Nederland.

Een gehoornde duivel was niet erg salonfähig vond men in Zweden dus ging men naarstig op zoek naar een meer passende brenger van het kerstjolijt. In de Lage Landen en in Duitsland werd een goedheiligman gekoppeld aan de duivelsfiguur. In andere landen werd ie geheel vervangen. In Scandinavië werd onder invloed van de dichter Viktor Rydberg (met het gedicht “Tomten”) en de illustrator Jenny Nyström (met de illustraties bij het voornoemde gedicht en in een lange reeks kerstkaarten en affiches daarna) een begin gemaakt met een nieuwe traditie: de kerstkabouter. Aanvankelijk mocht de kerstbok nog meedoen als lastdier, maar al gauw werd ie volledig uitgerangeerd. De originele kerstkabouter illustraties van Jenny Nyström zijn zo populair dat ze vandaag de dag nog gedrukt worden.

Een kerstbok met tomte van John Bauer

Een tomte van de hand van John Bauer begeleid de kerstbok. Bauer conformeerde zijn kabouters niet aan het “kerstman” sjabloon dat aan het ontstaan was.

De Scandinavische kerstkabouter begon daarna aan een eigenaardige kruisbestuiving met de Amerikaanse Santa Claus, die zelf weer een afgeleide was van de Hollandse Sinterklaas. De kerstkabouter leende de rode uitdossing van Santa Claus, en Santa kreeg via de “Scandinavian connection” de beschikking over een rendierslee (de kerstbok was nooit welkom in het land van Uncle Sam). De meest bekende afbeeldingen van Santa Claus, die van de Coca Cola reclames uit de dertiger jaren, werden gemaakt door een Zweedse illustrator, die natuurlijk vertrouwd was met de kerstkabouter. En vandaag de dag zijn de Britse Father Christmas, de Scandinavische kerstkabouter en de Amerikaanse Santa Claus versmolten tot dezelfde kerstman die je kan bezoeken in Rovaniemi, Finland (Ja, ik weet dat er elders ook kerstmannen audientie houden, maar die in Rovaniemi is de enige echte. Wacht maar tot het 70 graden onder nul wordt!).

En de tomte? Ach die is verdwenen. Je vind hem enkel nog in sprookjesboeken (Pinkeltje is bijvoorbeeld een typische tomte) en in wat kerstillustraties. De kerstman is zijn eenvoudige komaf volledig ontgroeid en woont nu op zichzelf.

Advertisements
This entry was posted in Paul Nijbakker, Standplaats Tornio and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to De Teloorgang van de Tomte

  1. Pingback: Standplaats Tornio: Lennart Helje | Het Triumviraat

  2. Pingback: Het Korte Leven van Kerstdecoraties | Het Triumviraat

  3. Pingback: Wie kent hem niet? | Het Triumvieraat

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s