VIVA MEXICO (6) HET VROUWENEILAND

Ik opende een oog. Twee leek me onverantwoord gezien de felheid van het zonlicht dat door de deuropening naar binnen drong.

Enigszins stijfjes ging ik rechtop zitten en opende mijn andere oog. Ik was de enige in het kleine slaapzaaltje waarin 6 stapenbedden geplaatst waren. Ik liet me van het bovenste bed zakken en liep door de deuropening de patio op, nog steeds enigszins verdwaasd van de joint van de avond ervoor. Ik had een ontiegelijke honger.

Rene zat in de tuin aan een tafel een broodje banaan te eten.

“Koffie?” vroeg ie opgewekt. “Lekker”, antwoordde ik, terwijl ik naar de juke-box liep. Ik gooide er een peso in en koos ‘Under the Boardwalk’ van The Drifters. Ik ging bij Rene zitten, nadat ik een kop koffie gemaakt had bij de waterkoker die naast de juke-box stond.

We waren op Isla Mujeres, een eilandje in de Caribische zee, drie kwartier varen van de Mexicaanse badplaats Cancun. We hadden ons voorgenomen om er een week te blijven en dan door te reizen naar Guatemala, alwaar je volgens andere backpackers kon slapen in “vorstelijke hotels” voor het bedrag van 2 gulden, en kon eten voor “absolutamente nada”. Rene en ik verstonden inmiddels al een aardige woordje Spaans. De beoogde week zou uitlopen naar dik twee maanden…

We logeerden in de ‘Poc-Na” een soort jeugdherbergje vlakbij het strand. Veel mensen, veelal jongeren van onze leeftijd, hadden grote moeite met uitchecken en sommigen bleven er maanden hangen. Zo ook Stewart. Stewart kwam uit Newcastle, maar sprak met een enigszins lijzig Indiaas accent. Hij had zijn eigen kamer die hij ingericht had met mystieke Indiase parefernalia. Hij had een baard, droeg een pet en had een zeer sterke okselgeur.

Verder woonde ook Sophie in de Poc-Na. Sophie kwam uit Quebec en sprak het meest sexy Engels dat ik ooit gehoord had: “Cor, arch you goINK to beeed?” Ze had een prachtige zwanenhals en een betoverende manier van lopen…

Francois, Lucien en Gerard kwamen bij ons aan tafel zitten. Het Franse drietal sliep op ons slaapzaaltje. Rene en ik keken allebei een beetje op tegen Francois, Lucien en Gerard. Het waren drugskoeriers en ze hadden een enorme hoeveelheid weed bij zich dat ze met een haast religieuze fanatisme oprookten op elk moment van de dag of nacht, overduidelijk het mantra van Tony Montana, ‘Don’t get high on your own supply” in de wind slaand.

Een aantal dagen daarvoor had ik aan Gerard, de leider van het drietal, gevraagd of ie bereid was ons een beetje weed te verkopen.

“Heerg, fog fgee”, zei Gerard luchtig en duwde een stuk krantenpapier tegen mijn borst aan. Het in de “El Journal de Yucatan” verpakte kadootje bevatte een hoeveelheid ganja die ik nog nooit in het echt gezien had. “Now I help you, latuur, you help mee” zei hij knipogend. Ik knikte enthusiast.

Aan de tafel in de patio van de Poc-Na bleek dat we niet de enigen waren met financiele problemen. De drie Fransen hadden ze ook, zij het van een geheel andere aard.

“You use traveller’s cheques?” vroeg Lucien, terwijl hij een watermeloenpit uitspoog.

“Yes, American Express” antwoordde Rene, waarna hij een nieuwe hap uit zijn broodje tomaat nam.

“Emericain Exprezz, wonderful”, zei Gerard terwijl hij met zijn vlakke hand op de tafel sloeg.

Rene en ik keken elkaar aan. Wat wilden die gasten van ons…?

Advertisements
This entry was posted in Cor Verhoef, Reisimpressies. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s