VIVA MEXICO (3) EINDELIJK…

Naarmate we verder westwaards trokken, begon het ons op te vallen dat we steeds minder konden verstaan van wat de Amerikanen tegen ons zeiden. We konden in die tijd uitstekend overweg met BBC nieuwslezers, maar wat de cowboys in Texas allemaal tegen ons kwaakten, daar konden we geen kaas van maken…

“Wat zegt die gozer nou?”

“Kweenie. I can still see your hair growin’ boven je bloes uit t’night, dude?”

Na een reis van 72 uur, met korte stops in Washington DC, Nashville, Memphis, Little Rock, Dallas, San Antonio en nul douches, stapten we uiteindelijk, krakend, opgelucht uit de bus in het goede stadje Laredo…

De Amerikaanse douanier, in padvinders uniform, bladerde door onze paspoorten.

“Jullie zijn slechts vier dagen in de United States geweest,” stelde hij met een barse stem vast. “You don’t like our country?”

Onheilspellende vraag. Een list was geboden.

“We komen terug…het is hier geweldig, vooral het eten” zei Rene opgetogen, terwijl ik haast agressief instemmend knikte.

“Hoelang denken jullie in Mexico te blijven”, vroeg de ambtenaar, terwijl hij licht voorover boog en slechts door zijn mond leek te ademen.

“Een half jaar”, zei ik zo neutraal mogelijk.

De douanier, die zojuist een slok slappe Amerikaanse koffie had genomen, spoog een mondvol terug in zijn kop en ramde een uitreisstempel in onze paspoorten, waarschijnlijk gekoppeld aan het voornemen om nooit op vakantie naar Nederland te gaan…

Aan de Mexicaanse kant van de grens ging het heel wat vrolijker toe.

De dienstdoende douanier was afwezig en bij navraag bij de jus d’orange verkoper die er rondhing, zat deze ambtenaar “te schijten”

Om de tijd te doden en omdat we vergingen van de dorst bestelden we allebei een zjuutje. Gewend als we waren aan de vingerhoedjes verse jus ‘d’orange die je in Nederland krijgt na betaling van drie gulden vijftig, begonnen we allebei te giechelen toen de jus-verkoper ons elk een forse beker versgeperste jus d’orange in de handen duwde, na deze uit sinaasappels, zo groot als grapefruits, geperst te hebben. Toen we betaalden met een 1 dollar biljet en 300 pesos wisselgeld kregen, vielen we allebei even stil. De jus smaakte zoet en weldadig…

De douanier, vers terug van het schijthuis, had zijn uniformjasje uitgetrokken en zat in een mouwloos hemd in onze paspoorten te turen; “Holanda!! Croyiff, Nieskens, Rienzenbrik, aaahh!!”

Rene en ik keken elkaar aan. Deze gozer weet waarover ie het heeft.

“Wat komen jullie hier doen?’ was zijn vraag, terwijl hij liefdevol onze paspoorten streelde.

“Dansen met leuke senorita’s en in de zee zwemmen”, antwoordde ik zo neutraal mogelijk.

Met een bulderende lach stempelde de douanier een zes-maands visim in ons paspoort. Gratis.

 

We hesen onze rugzakken om en liepen over een stoffige weg naar het grenswisselkantoor.

 

Een poster voor de beroemde film van John Huston, wat een schoolvoorbeeld is voor de

 

Amerikaanse stereotypering van Mexicanen. Een lui, wreed, en onderonwikkeld volk.

Ik hou nu al van dit land”, hikte Rene…

 

 

Advertisements
This entry was posted in Cor Verhoef, Reisimpressies. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s