Een Kapsalon met Hapstructuur

PaulZoals in blog- en reactieruimte reeds was geafficheerd heeft deze blogger voor het eerst in jaren weer eens een bezoekje gebracht aan het Koninkrijk der Nederlanden. Mijn oude moeder is inmiddels zó oud dat het tijd werd eens over de erfenis te gaan praten, zullen we maar zeggen.

Räkost je kan er maar van houdenBeladen met proviand en andere souvenirs uit het Noorden ben ik afgereisd via Zweden. De hele trip van Tornio tot aan Papendrecht en weerom kostte ongeveer 400 € en duurde een dag heen, en idem terug. Per bus naar de Lage Landen is iets goedkoper maar dan ben je per enkele reis zo’n 48 uur onderweg en voor een dermate uitputtende exodus en rexodus heb ik geen ruimte in mijn drukdrukke agenda. Het is dat het herfstvakantie was, waardoor de beroepen op mij voor onderwijsondersteuning afnemen en ik tevens geen lesuren had, anders had ik niet eens weggemogen van mijn strenge edoch rechtvaardige cheffin.

Voor iedere landsverhuizer die na jaren weer eens terugkeert op de oude stee is het eerste dat opvalt hoe weinig er eigenlijk veranderd is. Het oog voor de details in het straatbeeld is men verloren en de kleine verschillen gaan verloren in het feest der herkenning en in de verwondering die opkomt wanneer men met andere ogen het moederland aanschouwt, de kleine dingen die je leren hoezeer je het Hollandsche ontwent bent, zoals het tegen dichte deuren oplopen (In Finland openen alle deuren standaard naar buiten, in Nederland is dat vaak omgekeerd).

En wie de herfstduisternis van het Finse najaar gewend is vind het in Holland om deze tijd van het jaar maar lichtlawaaierig met al die straatverlichting en de lange dagen. Geluidsvervuiling is er ook nogal veel en door de dunne muurtjes en povere dubbele beglazing dringt het makkelijk naar binnen dus het TV-volume moet een tandje hoger anders hoor je welk celebrityrealitytievieprogramma er bij de buren opstaat. En met de behuizing zo dicht op elkaar gebouwd is er een goede kans dat je ook nog kan zien wat er bij de buren opstaat. Papendrecht spant de kroon met eensgezinswoningen die onder de noemer “landhuizen” verkocht worden. Ze zijn van alles voorzien, behalve land. Vanuit je huiskamer kijk je over twee meter sierplaveisel (vroeger heette dat een tuin) zo in de keuken van de buren waar de allernieuwste celebrity-kok van het grootbeeld plasmascherm spat (en dat is dan ook meteen de enige die in die keuken nog daadwerkelijk eten kookt). Gerede kans, trouwens, dat er bij jezelf ook zoiets over het scherm glibbert, want ondanks de grote aantallen zenders op de kabel is de keus ver te zoeken. De bekende Nederlanders worden in het ene programma gekweekt in het volgende geoogst en in het derde afgeserveerd.

Neemt zo’n zogenaamd bekende Nederlander, enkel bekend vanwege alle plastische chirugie die ze blijmoedig ondergaan heeft, een verlopen boegbeeld van hoe onecht de populaire cultuur in Nederland is geworden: Er is meer plastic in haar verwerkt dan in een Japanse auto. En dat mens gaat dan ongegeneerd, uit pure mediageilheid, in een grafkist liggen met een portretje van een ouwe dominee. En dan vraagt de presentator-met-heel-fout-haar flemend “Waarom neem je een portretje van je dominee mee?” OMDAT HET EEN EO PROGRAMMA IS, DRUILOOR!!!

En denk niet dat het op een andere zender een haar beter is: genante ziektes, 1000 manieren om dood te gaan, verborgen vernederingscameraprogramma’s, voyeurisme van het laagste soort. De ene zender bekogelt de kijker blijkens het programma-overzicht met achtereenvolgens vier sitcoms en dan niet minder dan zeven (7!) reality TV shows, een andere presteert het om vier misdaadprogramma’s na elkaar te programmeren tussen twee nieuwsblokken die ook het nodige misdaad en geweldsnieuws serveren.

Nou ja, nieuws is een groot woord. Van onafhankelijke nieuwsgaring is weinig meer over. Nieuws- en actualiteitenrubrieken bauwen elkaar na en prefereren een snelle babbel boven diepgaande journalistiek. Sensatie verkoopt beter en kost minder, sex en geweld en gemaakte voorverpakte idolen; blik opgepoetst om zilver na te apen. Waar is het geweten van de samenleving, de gesel van de gevestigde orde, de verheffing van het volk die de journalistiek ooit in het vaandel had staan? Hup, de spuigaten uit omwille van de kijkcijfers welke die heel andere gesel, de reclame, moeten aantrekken. Spoedig zal de grens tussen reclame en infotainment (informatief vermaaksprogramma zou dat vroeger geheten hebben) helemaal vervaagd zijn en kan Beroem Pauw shampoo aanprijzen en Henny Huilman papieren zakdoekjes en Nivo Niehil kalmeringspillen en ga zo maar door, zonder dat daarvoor zelfs maar een andere camera hoeft te worden ingeschakeld. Daarmee vergeleken is de jaren-50 saaiheid van de Finse publieke zenders eigenlijk wel zo knus.

Doch, wat me nog het meest opviel in Papendrecht  is toch wel de consumptiedruk waaraan Nederlanders blootgesteld zijn. In dat stadje met ruwweg evenveel inwoners als Haparanda-Tornio staan maarliefst vier winkelcentra, de kleine winkelstraatjes niet meegeteld. Wandelend door de supermarkten verwonderde ik me, gelijk Fons Jansen, bij het aanschouwen van die eindeloze paden met voorbewerkt, doorgeconserveerd, oververpakt, kant-en-hapklaar voedsel; voorverteerd dat nog naverteerd moet worden (poep met andere woorden). Bijna alles is te krijgen en bijna niets is echt. Voor één weekje behoorde ik bij de menigte die zich troosteloos door die mest-in-spé-hoop heen moet kauwen, aan- en opgejaagd door niet-aflatende reclame voor alles. Nu mét X of zónder Y, “Koop het vandaag!” (Ik denk dan altijd: “DAT MAAK IK GVD ZELF NOG WEL UIT!”) Nee, Nederland is niet goed voor mijn bloeddruk.

Een ontspannende wandeling kan helpen, maar dat is moeilijk te realiseren met al de drukte en in klinkers gesmoord groen. Hoeveel miljarden straattegels moeten er in Nederland wel niet liggen? Trottoirs zijn een tamelijk modern verschijnsel in Finland. Voorheen beschikten enkel de grote steden over zulke luxe, en dan alleen nog in het centrum (en dat is in de meeste stadjes nog steeds zo). Gezien de kosten van bestrating zijn trottoirs in Finland practisch uitsluitend verhard met asfalt; dat is bij vorstschade makkelijker te repareren en geeft minder problemen voor sneeuwploegen (welke uitstekende tegels zondermeer uit het plaveisel zouden rukken). Fietsen doet men hier in Finland gewoonlijk op de stoep, aparte fietspaden zijn zeldzaam, en dat gaat goed, want er is over het algemeen niet zoveel verkeer. In Papendrecht was ik verbaasd om in het spitsuur files te zien voor de rotondes in het dorp zelf. Als je bij ons in Tornio drie auto’s achter elkaar ziet staan is het veel. Betaald parkeren was in Tornio ook onbekend (tot de opening van het nieuwe winkelcentrum vorig jaar, dat deels met parkeergeld betaald moet worden).

En iets anders wat je bij ons maar zelden op straat vind is hondepoep. Er is gewoon meer ruimte en meer groen voor de viervoeters om hun behoefte te doen en daarnaast zijn er veel minder van die beesten in circulatie dan in Nederland. De traditionele Finse honderassen zijn uitgesproken jacht en waakhonden, gefokt voor het schietgebeuren, en die lenen zich niet zo voor het schootgebeuren. Veel van de kleinere honderassen zijn niet zo vorstvast dus veel Finnen kiezen voor andere huisdieren, zoals katten of kinderen.

En dit alles overdacht ik in de najaarszon genietend van een patatje oorlog van Bram op de hoek van de Kruiskade in Rotterdam. Aan nieuwerwetsigheden als kapsalonnetjes ben ik niet toegekomen en die lijken mij trouwens van evenveel calorieën uit te puilen als de beruchte tuplajuusto (double cheese, triple bypass) hamburger die bij een lokaal, van vet aan elkaar klevend, snackbarretje in Tornio wordt geserveerd. (Stel je voor: een gigantische tot uitbarsting gekomen steenpuist geheel bedekt met gestolde gele pus. Als je niet bij de aanblik alleen al gegeten en gedronken hebt, kan je na het nuttigen van zo een versnapering een hele dag vooruit. Hij is dan ook populair bij studenten die niet erg bij de pinken zijn waar het acute hart en vaatziekten betreft).

Enfin, maar al te vlug was het weer tijd om blijmoedig terug te keren naar het nieuwe thuis in het hoge Noorden. De vandaar meegebrachte Fazer chocolade, het saunagerookte rendiervlees, de Gudbrandsdalsost (Noorse bruine kaas), de räkost (Zweedse smeerkaas), akvavit en kreeftjes, alsook het Iitala glaswerk hadden plaats gemaakt in mijn koffer voor stroopwafels, hopjes, kruidnootjes, chocoladeletters, boerenkaas, Drentse nagelholt en knieperties alsook een lading haar en haarartikelen voor ega en dochterke (vandaar het bezoek aan de Kruiskade). Gaat het weer drie jaar duren voor ik nog eens naar Pape-town weder keer?

Advertisements
This entry was posted in Jeremiades, Paul Nijbakker and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s