Viva Mexico: Proloog

CorIk ben een stadsmens en geef het ruiterlijk toe. Ik raak in een wervelwind van paniekaanvallen wanneer er zich in een straal van 100 meter geen ‘Starfucks’ bevindt. Dertien jaar opgroeien in een groeikern zijn daar debet aan.

Op mijn achtiende vond ik het genoeg geweest; vrijdagavonden rond de plaatselijke snackbar als wekelijks hoogtepunt van mijn puisterige bestaan deden mij en een emotiegenoot van mij, Rene, besluiten om te gaan studeren aan de Sosjale Akademie Rotterdam. Dat spelde je toen zo. Waarom de Sosjale Akademie? Ik had de ambitie om de rest van mijn leven een uitkering te genieten. Het recht op een baanloos bestaan. Er waren in die tijd, begin jaren ’80, miljarden werklozen in Nederland en er bestond in mijn ogen niets nobelers dan een voor mij beschikbare baan door te schuiven naar iemand die stierf van de drang om te werken. Een studie aan de Sosjale Akademie was niet alleen leuk tijdverdrijf, maar was tevens een mooie reden om tegen mijn ouders te zeggen: ‘pa en ma, René en ik gaan samen een krot in  de stad betrekken en over een aantal jaar gaan we prostituees helpen. How does that sound?’

Zonder het antwoord af te wachten betrokken we het krot in Rotterdam-West en gingen aan de studie. De bar van de Sosjale Akademie opende om 1 uur ‘s middags en had een volledige vergunning. Verder werd er hasj verkocht tegen hele sosjale prijzen.

Het is wellicht overbodig te vermelden dat mijn emotiegenoot en ik extreem links waren. PvdA-ers waren in onze ogen, en die van onze  mede-studenten, niets anders dan crypto-fascisten. De Akademie werd bevolkt door anarchisten, nihilisten, Trotskisten, ordinaire communisten, punkers, vrijdenkers, Katholieken en Hekon.

Hekon was onze docent Filosofie en tevens onze studiebegeleider. Ik ben eenmaal, samen met een aantal studievrinden bij Hekon thuis geweest. Hekon was getrouwd en had vijf kinderen. Zijn vrouw was er niet. Die sliep dat weekend bij haar lesbische minnares, een relatie die Hekon aanmoedigde. Zijn kinderen waren er ook niet. Die sliepen bij Hekon’s vriendin, een relatie die Hekon’s vrouw aanmoedigde. In zijn doorzonwoning stond nauwelijks meubilair. Hekon geloofde niet in bezit. Elke maand stortte Hekon de helft van zijn salaris, zijn vrouw en zijn kinderen in de partijkas van de CPN. Dat vonden wij heel nobel en namen ons voor om dat later, wanneer we een baan hadden , ook te doen. Het feit dat we later geen baan wilden, en dat dat voornemen indruiste tegen dat andere voornemen, deerde ons niet.

Hekon had wel een platenspeler en een elpee: ” Alle Dertien Rood, de Internationale in Dertien Tale” Of we die wilden beluisteren. En of we een biertje wilden. Doe maar een biertje.

Na twee jaar tafelvoetballen in de bar van de Akademie drong het tot ons door dat we niet uit het juiste hout waren gesneden om prostituees te helpen. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens onze stage.

Wat bleek; welzijnswerkers zijn dol op vergaderen. Het liefst in slecht geventileerde ruimtes, gehuld in zelfgebreide kabeltruien van zelfgesponnen wol van shetlandpony’s, waarbij nicotinevingers glijden door zuurkoolbaarden en waar rondvragen eeuwig rondgevraagd lijken te worden.

René en ik besloten naar Cuba te vertrekken. Het zonnige arbeiders en agrariers paradijs. Alleen daar gingen wij niet voor. Wij gingen voor het weer en de wijven…

Advertisements
This entry was posted in Cor Verhoef and tagged , . Bookmark the permalink.

One Response to Viva Mexico: Proloog

  1. Pingback: Zweden, het gemankeerde paradijs… deel 2 | Het Triumvieraat

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s